De zilveren gaffel duidt op de splitsing van één van de waterwegen die het dorp rijk is en die hun weg vinden door het groene landschap. De belangrijkste weg was vroeger de Trekweg van Dokkum naar Groningen. Die werd toen gekruist door het Kornelsdiep en de Oude Vaart.
Het rode schildhoofd duidt op de bebouwing van het dorp en de gouden lelie, het symbool van de cisterciënzer kloosterorde, op het klooster Jeruzalem of Gerkesklooster dat hier in 1240 werd gesticht.
Het anker geeft de drukte op en om het water weer. De scheepsbouw en het vervoer over het water hebben er vroeger voor gezorgd dat het dorp Stroobos tot bloei kwam. De bosstro verwijst naar het verhaal dat over de naamgeving van Stroobos verteld wordt. Een schoolmeestersrapport uit 1828 maakt er gewag van dat de naam in 1655 zou zijn ontstaan. Dat was het jaar dat het zogenaamde Hoendiep werd gegraven. Wanneer het regende konden de arbeiders die de vaart aan het graven waren niet schuilen in huizen of hutten. Zij zetten enkele schoven stro als een tent tegen elkaar en dit diende als schuilplaats. Maandagochtend, wanneer ze weer naar het werk trokken, zeiden ze tegen elkaar: “We gaan maar weer naar de strobossen.”
Later zijn beide dorpen naar elkaar toe gegroeid en inmiddels vormen de bewoners een dorpsgemeenschap. Daarom voert dit tweelingdorp Gerkesklooster-Stroobos één dorpswapen en één vlag.

